Rij- en vaarbewijzen

Vaarbewijzen

Vaarbewijzen

Indeling

We kennen in Nederland twee soorten vaarbewijzen: Groot en Klein. Beide zijn onderverdeeld in twee categorieën.

 

Groot vaarbewijs

Een Groot vaarbewijs hebt u nodig voor het besturen van een schip, sleepboot, duwboot of pleziervaartuig met een lengte van minimaal 40 meter en een passagiersschip voor het vervoer van meer dan 12 personen. We onderscheiden:

Groot vaarbewijs A: voor de vaart op alle binnenwateren (AB).

Groot vaarbewijs B: voor de vaart op de rivieren, kanalen en meren (RKM).

 

Klein vaarbewijs

Een klein vaarbewijs hebt u nodig voor het besturen van:

  • Een schip met een lengte van 15 tot 25 meter voor privé gebruik.
  • Een schip met een lengte tussen de 15 en 20 meter dat bedrijfsmatig wordt gebruikt.
  • Een motorboot met een lengte van minder dan 15 meter die een snelheid van meer dan 20 km p/u kan bereiken. Dit geldt ook voor een rubberboot die sneller dan 20 km p/u kan varen, voor een waterscooter en een jetski.

 We onderscheiden:

Klein vaarbewijs I:  voor het varen op rivieren, kanalen en meren en op de Gouwzee maar niet op de Waddenzee, het IJsselmeer, het Markermeer, de Wester- en de Oosterschelde, het IJmeer, de Eems en de Dollard.

 

Klein vaarbewijs II: voor het varen op álle binnenwateren, inclusief de Waddenzee, het IJsselmeer, het Markermeer, de Wester- en de Oosterschelde, het IJmeer, de Eems en de Dollard.

 

ICD-dragers

 

Keuringseisen volgens bijlage 6.1 van de Binnenvaartregeling:

Artikel 16, punt 4 luidt: 4. Het dragen van een ICD is een reden voor ongeschiktheid. Een uitzondering wordt gemaakt voor de aanvrager van het klein vaarbewijs dat uitsluitend wordt gebruikt voor de pleziervaart. Gebruik van het Groot vaarbewijs en van het Klein vaarbewijs voor beroepsmatig gebruik zijn dus voor een ICD-drager uitgesloten.

 

Voorwaarden geschiktheidsverklaring klein vaarbewijs voor de pleziervaart.(Artikel 16, punt 4 idem)

a. De periode van ongeschiktheid bedraagt twee maanden na implantatie. Goedkeuring is mogelijk na afgifte van een gunstig specialistisch rapport waaruit blijkt dat de ICD in deze periode geen elektroshocks heeft afgegeven dan wel dat zich tijdens stimulatie door de ICD geen ernstige hemodynamische problemen (verschijnselen van duizeligheid of bewusteloosheid) hebben voorgedaan.

b. na de periode genoemd onder a is goedkeuring mogelijk na een gunstig specialistisch rapport waaruit blijkt dat de ICD in deze periode (bedoeld wordt de periode van twee maanden die voorafgaat aan het indienen van de aanvraag) geen elektroshocks heeft afgegeven dan wel dat zich tijdens stimulatie door de ICD geen ernstige hemodynamische problemen hebben voorgedaan en het apparaat niet kan worden beïnvloed door elektromagnetische straling;

c. de maximale geldigheidsduur van de geneeskundige verklaring bij de uitzonderingen beschreven onder a en b is 5 jaar.

 

Opmerking: in tegenstelling tot de regelgeving voor het rijbewijs kent men bij het vaarbewijs geen verplichte leeftijdskeuring meer.

 

Pacemakerdragers

 

Keuringseisen:

Artikel 16, punt 3, luidt: 3. Voor goedkeuring is een gunstig specialistisch rapport vereist, waaruit blijkt dat redelijkerwijs geen acute problemen te verwachten zijn. Onder bepaalde voorwaarden kan aan pacemakerdragers dus een Groot of Klein vaarbewijs worden uitgereikt. Uit de verklaring van de behandelend cardioloog moet duidelijk blijken of de pacemaker goed functioneert en wat de actuele lichamelijke conditie van de aanvrager is.

In principe is goedkeuring mogelijk voor onbepaalde termijn maar op advies van de behandelend cardioloog kan een termijnbeperking worden opgelegd.

 

Opmerking: Zie voor een algemeen overzicht van de keuringseisen: www.ilent.nl> Handleiding medische keuringen scheepvaart, augustus 2013.