Implantatiecentra in beeld

Ziekenhuis Rijnstate Arnhem (april 2015)

‘Criteria zijn statisch, een hartziekte is dynamisch’

Ziekenhuis Rijnstate in Arnhem was een van de eerste ziekenhuizen die werden belicht in de serie ‘ICD-implantatiecentra in beeld’. Dat was in 2006. Tijd dus voor een hernieuwde kennismaking met het ICD-team. We spraken met cardioloog Richard Derksen, Physician Assistant Egbert Elzinga en device-technicus in opleiding Raymond Spier.

 

Auteur: Jan Verberne

 

‘Kwaliteit’ was het sleutelwoord in het artikel van 2006 (in wat toen nog ICD-Journaal heette) over het ICD-team van het ziekenhuis Rijnstate in Arnhem. Wat dat betreft is er niets veranderd. Cardioloog Richard Derksen en Egbert Elzinga benadrukken ook in 2015 telkens opnieuw het belang van het bieden van kwaliteit aan de patiënt, waarbij de individuele situatie van de patiënt altijd het uitgangspunt is. ‘We hebben de laatste jaren een gestage groei doorgemaakt’, zegt Richard Derksen. ‘Daarbij letten we erop dat we kwaliteit kunnen blijven bieden op lange termijn. We zijn bijvoorbeeld kritisch bij het kijken naar de criteria voor het plaatsen van een ICD. We denken goed na over de gevolgen van het implanteren en we bespreken de individuele situatie van een patiënt zorgvuldig in het hartteam, met alle cardiologen. Criteria zijn statisch, maar een hartziekte is dynamisch: de situatie van een patiënt verandert en als op het ene moment een ICD de beste oplossing lijkt, kan later toch een andere optie beter zijn.’

     Het team van Rijnstate bestaat uit vijf implanterende cardiologen: twee voor pacemakers, Jan-Eize Lindeboom en Paul van den Bergh, en drie voor ICD’s, Hans Bosker,  Richard Derksen en Martin Hemels. Paul van den Bergh is in opleiding tot ICD-cardioloog. Daarnaast zijn er vijf ICD-technici: Egbert Elzinga, Christiaan Aagenborg, Pieter van Alst, John Hardeman (eigenlijk met pensioen, maar ter ondersteuning nog tot eind 2015 aan het werk) en Raymond Spier, die zoals gezegd nog in opleiding is. De spil op het secretariaat was Gerda Pastoors, maar vanwege persoonlijke omstandigheden is haar rol nu overgenomen door Hennie Huizing.

     Het verzorgingsgebied van Rijnstate betreft zo’n beetje de Achterhoek en de regio Arnhem-Zevenaar. Soms worden patiënten doorverwezen vanuit Ede en Doetinchem. De ICD-controles die worden uitgevoerd betreffen voornamelijk patiënten van Rijnstate zelf.

 

Laagdrempelig

Goede voorlichting aan de patiënt is een cruciaal punt bij ICD-implantaties. Uiteraard zijn er de nodige gesprekken tussen cardioloog en patiënt in het voortraject. De ICD-verpleegkundigen spelen hierin een cruciale rol, maar ook de technici geven de nodige uitleg. Wat betreft het natraject ziet Egbert Elzinga juist de grote meerwaarde van gespecialiseerde ICD-verpleegkundigen: ‘Door hun zorg en door betere voorlichting zijn er in het natraject duidelijk minder vragen van psychosociale aard, er zijn minder mensen die psychische problemen hebben dan vroeger. Als patiënten er echt zelf niet uitkomen, bieden we uiteraard ook psychische hulp door een psycholoog.’ De huidige ICD-verpleegkundigen zijn Maria Brussen-Witjes en Monique Hoogeveen-Terwel.

     Vrijwel iedereen volgt volgens Derksen en Elzinga het revalidatietraject na een ICD-implantatie. Ook jongeren die er eerst wat onwennig tegenover staan (‘Dat heb ik niet nodig, is niets voor mij’), blijken na afloop toch het nut ervan in te zien.

     Bij de voorlichting wil het Rijnstate-team zo laagdrempelig mogelijk werken: cardiologen en technici staan altijd open voor vragen. Ook home monitoring als extra controlemiddel speelt steeds meer een rol in Rijnstate. Het nut van verschillende monitoringmogelijkheden wordt in studies onderzocht. ‘De meeste mensen willen wel gebruikmaken van thuismonitoring, slechts een enkeling maakt bezwaar tegen wat zij dan Big Brother noemen’, aldus Elzinga.

 

Stabielere ICD’s

De komende periode wil Rijnstate de mogelijkheden van thuismonitoring misschien verder uitbreiden. Daarnaast is het zeker de bedoeling ook de subcutane ICD te gaan implanteren (de onderhuidse ICD zonder draden in het hart). Dit vergt volgens Derksen wel een andere aanpak dan bij de conventionele ICD: ‘Ik zie nog wel wat problemen met de grootte ervan, hij is behoorlijk veel dikker dan de ICD met draden. De eerste aanloop zal dan ook op de operatiekamer plaatsvinden, niet in de katheterisatiekamer.’ De conventionele ICD’s die Rijnstate implanteert zijn overigens van de merken Biotronik en Boston Scientific.

     Er zijn ook plannen die Rijnstate de afgelopen jaren niet heeft weten te verwezenlijken. ‘We hadden gedacht dat we ook de discipline van de elektrofysiologie moesten binnenhalen’, aldus Derksen. ‘Dat is echter niet gebeurd.’ Dit betekent concreet dat er in Rijnstate geen ablaties worden uitgevoerd (een ingreep waarbij elektrische prikkels worden geblokkeerd die het hartritme verstoren).

     Kijkend naar de ontwikkelingen van de laatste jaren zijn Derksen en Elzinga het erover eens dat er vooruitgang is geboekt in de techniek van de ICD’s. De levensduur van de batterijen is opvallend toegenomen en ook de stabiliteit van de devices is beter geworden. Ook de zogenaamde quadripolaire lead bij biventriculaire systemen is een grote verbetering: de aanwezigheid van vier elektroden in plaats van twee geeft meer mogelijkheden om het hart succesvol te stimuleren.

     Een kritische kanttekening bij het beleid van de fabrikanten wil Derksen wel plaatsen: ‘Het plafond in accessoires van de devices is wel bereikt. Fabrikanten beloven in allerlei reclames soms dingen die ze helemaal niet waar kunnen maken, bijvoorbeeld dat hun apparaten hartfalen kunnen meten, maar dat werkt helemaal niet!’ Wat Elzinga weer terugbrengt bij het uitgangspunt: de patiënt moet centraal staan, niet de apparaten. ‘De apparaten kunnen tegenwoordig heel veel gegevens laten zien, maar die moeten niet leidend zijn bij de behandeling van de patiënt. Elk individu is anders, daar kun je geen standaardgegevens afkomstig van een apparaat op loslaten.’

 

Opleiding

De expertise van de cardiologen, ICD-technici en -verpleegkundigen geeft dus de doorslag bij een goede behandeling van patiënten met hartritmestoornissen. Bij Rijnstate is er daarom ook veel aandacht voor het goed opleiden van nieuwe medewerkers. Raymond Spier, die een hbo-opleiding gezondheidszorgtechnologie heeft afgerond, is nu twee jaar in opleiding als device-technicus. ‘Nee, dit is niet wat ik altijd wilde worden. Ik heb gewoon gereageerd op een advertentie voor die vacature’, aldus Raymond. Hij maakt zich in de praktijk onder intensieve begeleiding alle ins & outs van het vak eigen, volgens Derksen en Elzinga de beste manier om goede medewerkers te krijgen.

     Over een paar jaar komen we wel weer eens langs om te kijken naar de resultaten.

 

 

Rijnstate

Rijnstate is één ziekenhuisorganisatie met vier vestigingen: in Arnhem, Arnhem-Zuid, Zevenaar en Velp. Tot 2011 heette de organisatie Alysis Zorggroep, in 2001 opgericht als samenwerkingsverband tussen Ziekenhuis Rijnstate in Arnhem, Ziekenhuis Velp en Ziekenhuis Zevenaar en twee verpleeghuizen in de regio. De verpleeghuizen zijn inmiddels verzelfstandigd en de drie ziekenhuizen zijn gefuseerd tot één ziekenhuis.

Rijnstate Arnhem (de hoofdvestiging) telt 850 bedden en 3.000 medewerkers. De afdeling Cardiologie beschikt over 72 bedden en bestaat uit een polikliniek en de afdelingen Eerste Hart Hulp, Hartbewaking, Hartziekten en Hartkatherisatie. Binnen de polikliniek is er een aparte afdeling voor ICD’s en pacemakers. In 2014 werden 201 pacemakers geïmplanteerd waarvan 27 met cardiale resynchronisatietherapie (CRT) en 119 ICD’s waarvan 41 met CRT. Er is een intensieve samenwerking met ‘moederkliniek’ St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein.

 

 

Lees meer