Implantatiecentra in beeld

Medisch Spectrum Twente Enschede (oktober 2006)

Twentse nuchterheid (ICD-Journaal 2006-4)

Sinds 1 februari 2006 zijn in Medisch Spectrum Twente gemiddeld elf ICD’s per maand geïmplanteerd. Vier cardiologen (dr. M.A. Galjee, G.P. Molhoek, dr. M.F. Scholten en ir. A.J.M. Timmermans) en vier technici (mevr. L. Weerkamp en de heren A. Onrust, R. Pilage en J. Vroom) bieden optimale begeleiding, voor én na de ingreep. Daarmee heeft dit ziekenhus in Enschede nu alles in huis. De redactie sprak met dr. M.F. Scholten, cardioloog, en technici Robert Pilage en Joop Vroom. Over leven, leuk leven en Twentse nuchterheid.

 

Ambitieus
Ver in het oosten van Nederland ligt de stad Enschede met ongeveer 170.000 inwoners; met de steden daar omheen levert dat voor Medisch Spectrum Twente (MST) een verzorgingsgebied op van ongeveer 800.000 patiënten. Hier wordt de ambitie gekoesterd om voor de regio het centrale aanspreekpunt te worden voor alle onderzoeken en behandelingen op het gebied van de cardiologie.

 

Voorbereiding en samenwerking
Omdat ICD’s daarbij horen, werd een heel traject doorlopen met het oog op de start per 1 februari 2006. Met hulp van Agnes Muskens en Paul Knops van Erasmus Medisch Centrum (EMC) in Rotterdam ontvingen verpleegkundigen een opleiding, werd voorlichtingsmateriaal ontwikkeld en vonden interne cursussen en stages plaats voor technici en cardiologen. Met deze zeer gedegen voorbereiding was een vlekkeloze introductie van ICD’s in Twente mogelijk. Er lopen ook lijnen naar andere ziekenhuizen. Het spreekt vanzelf dat er een goede verstandhouding en uitwisseling van gegevens is met de ziekenhuizen in de regio die hun patiënten doorverwijzen naar het MST. Daarnaast bestaan er zeer intensieve contacten met Isala Klinieken in Zwolle, op medisch én technisch vlak. Het gaat dan zowel om het ICD-gebeuren als om wetenschappelijk onderzoek. Bij gezamenlijke onderzoeken zijn ook het EMC en het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam betrokken. Uiteindelijk ligt de prioriteit voor het MST nog niet bij wetenschappelijk onderzoek; in 2006 wil men voldoende routine opbouwen op het gebied van de ICD. Daarna wordt verder gekeken naar wat samen met andere ziekenhuizen en/of fabrikanten mogelijk is aan onderzoek. Het team van het MST streeft ernaar om in 2007 een voorlichtingsbijeenkomst voor ICD-dragers te organiseren, met medewerking van de STIN.

Nuchterheid
In de gesprekken rond de implantatie van een ICD proberen de technici iets van de Twentse nuchterheid uit te stralen. Natuurlijk is er vaak heel wat gebeurd, voordat mensen op de operatietafel liggen voor de feitelijke ingreep. Ook bij de eventuele partner kan dat tot heel wat emoties en vragen leiden over hoe het leven verder kan en zal gaan. In het gesprek wordt zakelijk informatie gegeven over de ICD en over wat er kan gebeuren: bij elke ingreep zijn immers complicaties mogelijk. Een positief gevoel staat daarbij voorop. ’Het is niet leuk dat je zo’n apparaat krijgt, maar een verschrikking is het natuurlijk ook niet.’ Daarom ligt de nadruk op de grote betekenis die de ICD voor zijn drager kan hebben. Je kunt verder en nog heel leuk ook!

 

Verloop van voorlichting, implantatie en nazorg
Nadat de cardioloog besloten heeft, dat iemand in aanmerking komt voor een ICD, legt hij een en ander in het kort uit aan de toekomstige drager. Vervolgens voert een van de technici een eerste gesprek, aan de hand van de in eigen huis ontwikkelde informatiebrochure (PIM Een ICD implantatie). Hij/zij neemt daar ruim de tijd voor en naast de ICD-drager zijn ook partner(s) en gezin welkom bij het gesprek. De procedure wordt zo gedetailleerd mogelijk uitgelegd.

De implantatie zelf verloopt op de bekende manier; in het MST is daarbij geen vertegenwoordiger van de ICD-firma aanwezig.

Voor ontslag is er nog een gesprek van een van de technici met de nieuwe ICD-drager (en familie). Aan de orde komen dan onder andere wat te doen bij een shock en de regelgeving met betrekking tot autorijden. Het gesprek over het rijbewijs spitst zich toe op de persoonlijke situatie en het beroep van de drager. Aan de hand daarvan wordt het aanvragen van code 100 óf code 101 geadviseerd. In de hele procedure is ook aandacht voor beleving en verwerking bij de betrokkenen. Vaak is het immers de eerste keer dat mensen zó met leven en dood in hun eigen leven te maken krijgen. De dienst Medische psychologie is geïnformeerd over de problemen die zich kunnen voordoen in het hele traject en is beschikbaar indien noodzakelijk. Ook verwijzing naar Maatschappelijk werk hoort tot de mogelijkheden.

 

Twee weken na ontslag volgt een controle van de wond en de ICD. Nog eens zes weken daarna (dus twee maanden na implantatie) is er een vervolgafspraak waarbij ook de papieren voor een rijbewijs met code 100 in orde worden gemaakt. Daarna volgen de reguliere controles, eens per drie of eens per zes maanden. Op alle momenten is er aandacht voor hoe het gaat met ICD-drager en partner. Het is niet alleen een technisch verhaal, maar het gaat ook om het welbevinden van de patiënt. Een ICD houdt je in leven, maar je moet er ook lekker mee kunnen leven. Een van de arts-assistenten heeft een database gebouwd waarin alle relevante gegevens en karakteristieken van patiënt en ICD worden opgeslagen die de basis kan gaan vormen voor eventueel wetenschappelijk onderzoek.

 

Toekomstperspectief
Bij de verwachte stijging van het aantal ICD-implantaties zal in de toekomst verfijning nodig zijn in de indicatiestelling. Hopelijk kan de genetica daarbij behulpzaam zijn. Belangrijke vraag is daarbij hoe mensen die het risico op plotselinge hartdood lopen, kunnen worden geïdentificeerd. Zij kunnen dan uit voorzorg een ICD krijgen. De vraag Wie wel? Wie niet zal daarbij altijd actueel blijven. Andere trends zijn de toename van de biventriculaire stimulatie en de opkomst van home monitoring, zowel voor ICD’s als voor pacemakers.

 

De redactie bedankt het team van het Medisch Spectrum Twente voor dit plezierige gesprek en hoopt in het volgende ICD-Journaal een ander implantatiecentrum aan u voor te stellen.

Lees meer