Implantatiecentra in beeld

Antonius Ziekenhuis Nieuwegein (juli 2008)

Hart voor kwaliteit en innovatie

dr. L. Boersma en pionier van het ICD-gebeuren prof. dr. N.M. van Hemel

 

 

Antonius Ziekenhuis niet tevreden met goed, maar altijd op zoek naar beter.

Vier jaar geleden publiceerden we in het ICD-Journaal een artikel van Han Klomp over een pilot-project dat in het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein van start was gegaan met als doel de zorg rondom de ICD-patiënt te optimaliseren. De redactie en de STIN-regiovertegenwoordiger voor Nieuwegein gingen kijken hoe dat in 2008 gaat. Daartoe spraken we voor dit artikel met een aantal leden van het team dat voor ICD, implantatie en nazorg verantwoordelijk is. Er is veel hetzelfde gebleven, maar ook veel veranderd. Dat zien we al als we aankomen: er wordt volop gebouwd en verbouwd. Het lijkt alsof het ziekenhuis twee keer zo groot gaat worden! We spreken met cardioloog dr. Lucas Boersma, maar treffen ook een van zijn voorgangers, prof. dr. N.M. van Hemel. Het team in Nieuwegein heeft namelijk al 20 jaar ervaring met het implanteren van defibrillatoren. Die deskundigheid leidt niet tot achterover leunen. Toekomstgericht blijft men werken aan verandering en verbetering. Daarom stellen we aan u voor het St. Antonius Ziekenhuis te Nieuwegein: Hart voor kwaliteit én innovatie.

De delegatie die bij ons gesprek aanwezig was, vormt maar een klein deel van het team dat bij de implantaties betrokken is. Bij het gesprek waren aanwezig dr. Lucas Boersma, cardioloog, Alex Groenendijk, pacemaker- en ICD-technicus, , Resy Verheijen, ICD-verpleegkundige, Peter Verhoeven, hoofd afdeling Cardiomeettechniek en Jolanda Willink, EFO planning / cardiomeettechniek. Met hun collega's waren zij betrokken bij ruim 300 ICD-implantaties in 2007; de verwachting is dat het er in 2008 nog vijftig meer zullen worden. Toch signaleert Peter Verhoeven dat er rond 2003-2004 een soort trendbreuk is geweest. ‘De stijging in aantallen zet door, maar de ‘hype' neemt een beetje af. De ICD wordt een van de dingen die je doet'.

 

Hoe het begon

Voor wie vroeger een hartstilstand kreeg én dit overleefde, waren medicijnen eigenlijk de enige mogelijkheid. In Nieuwegein probeerde prof. van Hemel via het analyseren van ECG's nieuwe behandelingen te vinden voor patiënten met ritmestoornissen. De ICD kwam, toen al veel deskundigheid was opgebouwd op basis van ritmechirurgie en onderzoek in het elektrofysiologisch laboratorium. Daarna kwamen ablatie en ICD op. Door de grootte van de ICD's was altijd samenwerking met een hartchirurg nodig.

 

Zorg rondom de implantatie

Veel ICD-dragers hebben via Google waarschijnlijk al de uitgebreide website voor ICD-dragers op www.antonius.net/ICD gevonden. Die biedt veel informatie op medisch, maar ook op sociaal-maatschappelijk gebied. Een lijst met telefoonnummers (onder Contactinformatie) completeert het aanbod. Achterliggende filosofie achter de website en de rest van de aangeboden nazorg is, dat je als ICD-drager - naast informatie - meestal ook tijd nodig hebt om de informatie te verwerken.

 

Bij voorkeur begint het voorlichtingstraject daarom al voor de ingreep. Idealiter zien een ICD-verpleegkundige en de cardioloog de ‘eigen' mensen en beantwoorden hun vragen, maar door de grote aantallen is dat in de praktijk nog niet echt uitvoerbaar. Wie uit een ander ziekenhuis komt, moet door het verwijzend ziekenhuis geïnformeerd worden. Wel krijgt hij/zij meestal de informatiebrochure toegestuurd.

Vier weken na de implantatie neemt de ICD-verpleegkundige telefonisch contact op om eventuele vragen te beantwoorden. Na twee maanden volgt de eerste technische doormeting. Elke woensdag tussen 13 en 14 uur is er een telefonisch spreekuur en via website en e-mail is het mogelijk om vragen te stellen die in de regel binnen drie werkdagen beantwoord worden. Vier maanden na de implantatie wordt de ICD-drager uitgenodigd voor een panelbijeenkomst waar een cardioloog, iemand van de cardiomeettechniek of van de een van de ICD-fabrikanten, een maatschappelijk werker, een ICD-verpleegkundige en de regiovertegenwoordiger van de STIN als ervaringsdeskundige aanwezig zijn. Deze kleinschalige bijeenkomsten worden als heel prettig ervaren.

 

Eenmaal per jaar vindt een grote informatiebijeenkomst plaats voor alle ICD-dragers van Nieuwegein en het nabijgelegen Universitair Medisch Centrum Utrecht. Of iemand begeleiding van maatschappelijk werk nodig heeft, wordt getoetst in het vier-weken-gesprek of na vier maanden.

 

Mogelijkheden van de techniek

Voor een technische controle van de ICD is ongeveer twintig minuten per persoon beschikbaar, te weinig tijd om alle instellingen na te lopen en eventueel aan te passen. Maar de huidige ‘intelligente ICD's' geven zelf al heel veel aan. De technici willen niet alleen meten maar ook interpreteren, wat een grote mate van deskundigheid vereist. Zij zien het als een uitdaging om de controle geen routine te laten worden, maar om de mogelijkheden van de ICD en de ingebouwde software zo optimaal mogelijk in te stellen.

 

Door het grote aantal implantaties hebben vrijwel alle centra in Nederland te maken met een tekort aan technici; een van de mogelijkheden om dat te ondervangen is remote care of telecardiologie: het uitlezen van de ICD op afstand, waarover u met enige regelmaat in het ICD-Journaal kunt lezen. Dit vereist aanpassingen in de werkwijze van het ziekenhuis; er komen nieuwe mogelijkheden, maar deze genereren ook extra werk. Er moeten duidelijke afspraken zijn wat een ICD-drager wel en niet van een ziekenhuis mag verwachten! In het bredere kader van de Nederlandse Heart Rhythm Association wordt daarover nagedacht. Dr. Boersma heeft in de betreffende werkgroep zitting.

 

Een nieuwe vraag van ICD-dragers zou bijvoorbeeld kunnen zijn: Werkt telecardiologie ook als ik in het buitenland op vakantie ben en wat moet ik dan doen als er iets geregistreerd wordt dat niet in orde is? Het is niet altijd goed om alles meteen te weten en ook niet altijd nodig om daar meteen werk van te maken. Veel ICD-dragers kunnen daarom gewoon op vakantie gaan en genieten.

 

Verbeteringen

Op medisch gebied verloopt alles soepel. Er is een goede samenwerking met de perifere ziekenhuizen en er zijn geen wachtlijsten: wie acuut een ICD nodig heeft, wordt meestal binnen een week geholpen. Voor profylactische implantatie en voor biventriculaire ICD's is vaak iets meer tijd nodig. De officiële richtlijnen worden steeds beter gevolgd. Op verpleegkundig vlak is er nog ruimte voor verbetering in de voorlichting aan en in de perifere ziekenhuizen.

 

Toekomst

Het voorkomen van hartstilstanden zal helaas nooit lukken. De indicatie voor een ICD is inmiddels al redelijk ruim: iedereen met een ejectiefractie onder de 40% komt in aanmerking voor een ICD. Op het gebied van profylactische implantatie zoekt men al jaren naar hoe problemen voorspeld kunnen worden, maar dat blijft lastig. Preventief worden biventriculaire ICD's geplaatst bij patiënten met hartfalen om verergering te voorkomen (bijv. de MADIT-III-studie). Als dat positief is, zullen de indicaties nog ruimer worden. Daarmee gaan financiële en verzekeringstechnische vragen meespelen. Een ICD is duur, maar dat komt omdat in de prijs ervan ook support, scholing en de bekostiging van studies meespelen.

 

Studies

Het St. Antonius Ziekenhuis is als innovator natuurlijk ook betrokken bij wetenschappelijke studies, zoals de internationale CASTLE-AF-studie in samenwerking met onder andere het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. Daarbij gaat het om een patiëntengroep die profylactisch een ICD krijgt vanwege verminderde linkerkamerfunctie, maar die ook lijdt aan boezemfibrilleren. Kunnen zij het beste met medicijnen of met ablatie behandeld worden? En wat betekent dat voor hartfalen, onterechte shocks en het aantal ziekenhuisopnames? Daarnaast loopt onderzoek naar ICD's zonder elektrodes die onder de huid geplaatst worden (SICDS) en naar het effect van de implantatie van een biventriculaire ICD of pacemaker op de hartfunctie. De redactie heeft het voornemen in een van de komende nummers een artikel daarover op te nemen.

Lees meer