Implantatiecentra in beeld

Academisch Medisch Centrum Amsterdam (april 2014)

Gespecialiseerd in complicaties

Sinds het vorige artikel over het Academisch Medisch Centrum Amsterdam (AMC) in de reeks ‘Implantatiecentra in beeld’ van oktober 2007 zijn de organisatie en logistiek bij de zorg voor ICD-patiënten verder geoptimaliseerd. Er is hard gewerkt aan het ontwikkelen van expertise, het werken met nieuwe producten en het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek.

 

Kirsten Kooiman, klinisch elektrofysiologisch technicus/Physician Assistant in het Academisch Medisch Centrum Amsterdam

 

Het AMC is sinds 2000 een officieel implantatiecentrum voor ICD’s. In 2013 werden 296 ICD’s geïmplanteerd, waarvan 72 CRT-D-devices. Daarnaast werden 127 pacemakers geplaatst en driehonderd ablatieprocedures verricht. Het AMC verricht zowel katheterablatie als chirurgische ablatie. Bij een ablatie worden kleine littekens in of op het hart gemaakt om ritmestoornissen uit te schakelen. Bij katheterablatie gebeurt dit met een katheter die in het hart wordt gebracht en bij chirurgische ablatie wordt dit tijdens een chirurgische ingreep gedaan.Het AMC is onder andere gespecialiseerd in erfelijke (elektrische) hartziekten. Hierdoor komt de ICD-patiëntenpopulatie die onder behandeling is vanuit het gehele land. Erfelijke elektrische hartziekten komen voor bij alle leeftijdscategorieën en daarom heeft het AMC ook een grote groep relatief jonge patiënten die een ICD hebben. Daarbij is er een cardiovasculair reflex-onderzoekspoli waar analyse plaatsvindt van patiënten met onbegrepen wegrakingen.

     De afdeling Klinische Elektrofysiologie is tevens betrokken bij de toepassing van de ICD-technologie in het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis (SLAZ) in Amsterdam en het Flevoziekenhuis in Almere. In het AMC is er wekelijks een elektrofysiologiebespreking over patiënten die in aanmerking komen voor een ICD, pacemaker of ablatie. Hierin worden ook de patiënten uit het Flevoziekenhuis besproken. In de elektrofysiologiebespreking van het SLAZ was tot voor kort ook een cardioloog vanuit het AMC aanwezig.

 

Het team

Aan het hoofd van de afdeling Klinische Elektrofysiologie staat dr. Joris de Groot. Op de afdeling zijn zes cardiologen werkzaam (drs. Reinoud Knops, dr. Joris de Groot, dr. Pascal van Dessel, dr. Chantal Conrath, dr. Freek de Lange en prof.dr. Arthur Wilde), die worden bijgestaan door één fellow klinische elektrofysiologie (dr. Vokko van Halm). Er zijn zes arts-onderzoekers en twee research-nurses betrokken bij de afdeling, die onder supervisie van de elektrofysiologen zorgdragen voor het wetenschappelijk onderzoek binnen de elektrofysiologie. De afdeling wordt ondersteund door het secretariaat Elektrofysiologie, dat een belangrijke bijdrage levert aan de planning en logistiek van de afdeling. De secretariaatsmedewerksters zijn tevens een laagdrempelig aanspreekpunt voor patiënten die vragen hebben over de planning van hun ICD-implantatie. De voorlichting en de follow-up van de patiënten met een ICD is in handen van vijf fulltime elektrofysiologische technici (Mindel Schellevis, Vincent de Rover, Marc van Cruijsen, Kim Meijer en Kirsten Kooiman).

     De klinisch elektrofysiologische technici hebben een cruciale rol binnen de zorg rondom de ICD-patiënten. Zij zijn voor patiënten telefonisch en per e-mail bereikbaar voor alle vragen die betrekking hebben op hun ICD. Buiten dat zij de poliklinische controles van de ICD’s verzorgen, ondersteuning bieden bij implantaties en een consulentfunctie hebben voor patiënten die opgenomen zijn met een ICD, hebben zij ook taken op het gebied van voorlichting, homemonitoring en wetenschappelijk onderzoek.

 

Voorlichting

Alle klinisch elektrofysiologische technici hebben een verpleegkundige achtergrond. Zij voeren de voorlichtingsgesprekken met de patiënten die in aanmerking komen voor een ICD. In dit gesprek wordt de patiënt voorgelicht over de algemene aspecten die betrekking hebben op de ICD, de implantatie en de nazorg, maar er is ook ruimte om de persoonlijke vragen van patiënten te bespreken. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan de psychosociale aspecten die het dragen van een ICD met zich meebrengt. Deze psychosociale aspecten zullen ook na de implantatie een onderdeel blijven van de zorg en ook tijdens de reguliere ICD-controles is hier aandacht voor.

     Buiten deze persoonlijke voorlichting heeft het AMC ook de beschikking over een zelf samengestelde ICD-voorlichtingsfolder. Deze folder wordt landelijk door verschillende ziekenhuizen gebruikt bij de voorlichting van ICD-patiënten. Deze voorlichtingsfolder is recent geheel herschreven en hierin is alle informatie te vinden over hoe de zorg rondom een ICD-patiënt binnen het AMC is georganiseerd. Op 15 maart 2014 heeft een ICD-voorlichtingsdag plaatsgevonden waarbij er specifiek aandacht was voor patiënten met een ICD en voor de gevolgen van de ICD-therapie voor de patiënt.

 

Homemonitoring

Het AMC werkt al geruime tijd met homemonitoring. In eerste instantie gebeurde dit op kleine schaal, maar momenteel heeft een steeds groter deel van de patiëntenpopulatie homemonitoring. Het gebruik van homemonitoring vervangt één fysiek polikliniekbezoek. Hierdoor hoeven patiënten bij wie sprake is van een stabiele situatie met hun ICD slechts één keer per jaar naar het ziekenhuis te komen voor hun ICD-controle. In de tussentijd wordt de ICD periodiek gecontroleerd via het homemonitoringsysteem. De hoeveelheid controles via homemonitoring wordt afgestemd op de persoonlijke situatie van de patiënt. Na iedere uitlezing via homemonitoring ontvangt de patiënt een brief waarin staat dat zijn ICD-gegevens zijn beoordeeld en wat de bevindingen zijn. Als er bijzonderheden worden geconstateerd, wordt er telefonisch contact met de patiënt opgenomen en wordt de patiënt indien noodzakelijk uitgenodigd voor een extra bezoek aan de ICD-poli of hun cardioloog.

 

Wetenschappelijk onderzoek

De technici dragen bij aan het uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek; onderzoek dat geïnitieerd wordt door het AMC zelf alsook door de verschillende ICD-firma’s. De technici zijn samen met de research-nurses en de arts-onderzoekers verantwoordelijk voor het verzamelen van de benodigde gegeven en dragen tevens bij aan de voorlichting van patiënten over het desbetreffende onderzoek waar de patiënt aan deelneemt.

 

Aandacht voor complicaties

Buiten dat het AMC zorgdraagt voor patiënten die een ICD hebben of moeten krijgen, is er ook aandacht voor de complicaties die pacemaker- en ICD-therapie met zich meebrengen. Sinds 2009 is het AMC gestart met het chirurgisch verwijderen van pacemaker- en ICD-leads bij patiënten met een geïnfecteerd ICD-systeem, de zogenaamde leadextracties. Na het verwijderen van een ICD-systeem vanwege een infectie moet de patiënt enkele weken herstellen van de infectie voordat het mogelijk is een nieuw ICD-systeem te plaatsen. Patiënten moesten voorheen enkele weken in het ziekenhuis verblijven, zodat hun hartritme geobserveerd kon worden. Dit is ten eerste zeer belastend voor de patiënt, maar ook de kosten rondom de ziekenhuisopname zijn hierbij hoog. Om de patiëntgerichtheid te verbeteren en de zorg meer kosteneffectief te maken zonder kwaliteitsverlies is het AMC sinds 2010 gaan werken met het LifeVest. Dit is een uitwendig draagbare ICD die ter overbrugging gedragen kan worden ter preventie van plotse hartdood tot het moment van implantatie van een nieuwe ICD. Met dit LifeVest kan de patiënt naar huis en herstellen in zijn eigen woonomgeving.

 

S-ICD en ‘leadless’ pacemaker

Mede door het uitvoeren van deze leadextracties en het behandelen van complicaties, zoals infecties en onterechte shocks door leadfalen, is het AMC geïnteresseerd geraakt in alternatieve pacemaker- en ICD-therapie, waarbij een lead via de aders niet meer nodig is. Dit komt mede voort uit het feit dat het AMC een grote groep jonge patiënten heeft met een genetische (elektrische) hartziekte, die al op jonge leeftijd een ICD geïmplanteerd krijgen. Deze groep is extra kwetsbaar voor het krijgen van complicaties van hun ICD, omdat zij nog jong en actief zijn en jarenlang gebruik moeten maken van deze technologie. Vanuit deze interesse is dan ook in een vroeg stadium begonnen met het implanteren van de subcutane ICD (S-ICD). Bij deze ICD wordt geen draad meer in het hart geplaatst, maar wordt het gehele systeem onder de huid geplaatst.

     Inmiddels heeft het AMC een grote internationale studie opgezet, de Praetorian Trial, om het functioneren van de traditionele ICD te vergelijken met dat van de S-ICD. In het AMC zijn al meer dan 160 S-ICD’s geplaatst en is er veel ervaring opgebouwd met de implantatie en follow-up van deze nieuwe ICD.

     Deze aandacht voor nieuwe producten is ook doorgezet in de zorg voor de pacemakerpatiënten. Er is recent een start gemaakt met het implanteren van de ‘leadless’ pacemaker. Hierbij wordt het gehele pacemakersysteem in de rechterhartkamer geplaatst, waarbij het inbrengen van een lead via de aderen en een kastje onder de huid niet meer nodig is. Momenteel is deze nieuwe technologie alleen beschikbaar voor patiënten die voorheen een pacemakersysteem nodig hadden met één pacemakerdraad in de rechterhartkamer. Het AMC biedt een breed pakket aan behandelingen aan. Omdat iedere patiënt uniek is, wordt in de elektrofysiologiebesprekingen en in de gesprekken met de patiënt gekeken wat de beste behandelstrategie is voor de individuele patiënt.

 

Complicatiepoli

Gezien de verscheidenheid aan behandelmogelijkheden in het AMC worden er regelmatig patiënten naar ons doorverwezen die complicaties ondervinden van hun ICD of pacemaker. Deze complicaties variëren van problemen bij het adequaat instellen van de ICD-parameters tot medische complicaties van het geïmplanteerde device. Deze patiënten worden momenteel onderzocht in de polikliniek en in de kliniek door een gespecialiseerde device-cardioloog of een Physician Assistant die is gespecialiseerd in devices en die onder supervisie werkt (Kirsten Kooiman). Tijdens dit consult worden de problemen rondom de ICD geïnventariseerd en wordt een persoonlijk plan opgesteld om de complicatie te behandelen. Door toename van het aantal verwijzingen van patiënten met een complicatie is er gestartmet het opzetten van een specifieke poli voor deze patiëntenpopulatie.

 

Vertrouwd

De ICD-technologie is voortdurend in beweging en daarmee ook de zorg rondom patiënten met een ICD. Alle medewerkers van de afdeling Klinische Elektrofysiologie zijn continu bezig de behandeling en zorg rondom deze patiënten te optimaliseren en de behandelmogelijkheden uit te breiden door zich te verdiepen in de nieuwste technologieën. Door laagdrempelig bereikbaar te zijn en de zorg rondom iedere patiënt zo individueel mogelijk af te stemmen proberen we met de patiënt een samenwerking te creëren waarbij de patiënt zich vertrouwd voelt met de behandeling en met het dragen van zijn of haar ICD.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lees meer