Dragers

Frank Dekkers (januari 2014)

De verten

Over motorrijden met een ICD; er rijdt altijd een duiveltje mee

 

We stijgen. Er ligt sneeuw, eerst nog wat losse plakken, op hogere hellingen. Aan de overkant van het dal staan in een vreemd blauw licht de toppen. Even glijdt het voorwiel weg over reparaties in het asfalt. Opnieuw een recht stuk weg, over naar twee, goed op toeren. De motor wordt heet. Golven warmte komen omhoog, het duurt al even, de weg is steil, er staat weinig wind.

 

'Zag je dat?' Pauline roffelt op m'n rug. 'Gentiaantjes!' Ik zoek altijd de horizon; haar wereld wordt bepaald door het kleine. IJspegels aan een rots, vogels, spinrag. Al weken zit ze achterop. Lekker stevig tegen me aan, één met de motor. Ik hou van haar.

 

 AZU

In de ruisende stilte van het ziekenhuis lag ik te dromen. Over de rivieren. De bergen. Het openen van Glen Coe, na kilometers licht golvend land vol hoogveen en meren. De vreugde, als het Rannoch Moor overgaat in een kloof die ons omarmt, steeds breder, terwijl we rijden tussen hoger wordende bergen, naar het loch.

 

Langzaam, heel langzaam drong het tot me door. 'Nét te plat,' heb ik steeds weer gezegd, 'net iets te scherp'. Maar nee, ik was gewoon zelf omgevallen, tijdens het drukken van etsen. Het was geen motorongeluk.

 

Rijden

In 1995 kreeg ik mijn eerste ICD. Indertijd was dat reden om me ook allerlei geboden mee te geven. Ik mocht niet sleutelen, me niet inspannen, niet op hoogte werken, niet rijden. Er was nog zoveel meer dat ik niet mocht. Eigenlijk mocht ik alleen wandelen.

 

Door veranderde wetgeving kreeg ik in 2000 weer een rijbewijs. Dat betekende weer - alleen! - buiten werken waar en wanneer ík dat wilde. Vrijheid. Het hoort bij mij en wat ik nastreef, ook in mijn werk: het zo volledig mogelijk beleven van de wereld.

 

Overal moeders

Zou je dat nu wel doen? Met dit weer? Ja, maar, als... wat dan? Mijn antwoord: 'Op den toren van Rhenen had ik gestaan en de verten gezien, en mijn hart had naar de verte getrokken en naar de roode luchten in ‘t Westen. Doch al had ik van den toren kunnen vliegen naar de verten, dan zou ik slechts gevonden hebben, dat de verte het nabije was geworden en opnieuw zou mijn hart naar de verte getrokken hebben. En wat baat mij de wijsheid, die mij leert dat ‘t niet anders kan en zoo blijven zal in eeuwigheid?' (Nescio, De uitvreter,Titaantjes, Dichtertje, Mene Tekel).

 

De arts

'Wat, motorrijden? Ik zie ze hier elke week gestrekt binnen komen!'

 

De wet

Geen rijverbod maar een advies. Na eerste plaatsing van ICD of vervanging van draden een herziening rijgeschiktheid. Maar de arts zegt wat anders. En de technicus weer iets anders. Eigen verantwoordelijkheid.

 

Papa heeft een vriendin!

De kinderen vinden het maar wat mooi, zo’n motor. 'Ik ga later ook motor rijden papa,' zegt de jongste, vier jaar oud, 'een oranje.' Samen zijn we gaan kijken naar een Laverda. Die lijkt hem wel wat. Dat van die vriendin hebben ze van vrouwlief, zij vindt dat de motorfiets erg veel aandacht krijgt. Ook moest ze nogal wennen aan het idee, het motorrijden was immers voorbij? Met een frons op haar gezicht zwaait ze me uit.

 

Risico

Natuurlijk draag ik beschermende kleding. Mijn ICD-pas en een stick met medische gegevens heb ik altijd bij me. Een verbandsetje in het bagagevak. Tot nu toe ging het goed. Maar de kinderen gaan niet mee achterop. Pauline ook niet. Wel rijdt er altijd een duiveltje mee.

 

Duisternis

De motorloopt prachtig. Ik ben moe, eigenlijk al de hele dag. Ik heb geen zin om over de snelweg te daveren. Eerst maar richting Grebbeberg, dan verder langs de rivier naar huis, stroomafwaarts. Mijn rivier. Het onderwerp van mijn schilderijen, prenten en tekeningen. Ik ken het landschap hier.

 

Het is al laat, de dijk is rustig. De populierengroep bij het veer staat in het avondlicht als baken in de verte. De schemering laat de geuren van het land los. Ik passeer iemand die voor me rijdt in zijn twee, schakel op, vierenhalfduizend toeren in drie. Veel insecten in de lucht. Slecht wegdek, ik word door elkaar gerammeld.

 

Opeens begint alles te vervagen, alles wordt donker. In een reflex schakel ik terug en rem. Rem! De motor staat stil maar ik kan niet afstappen. Ik zie niets meer. Ik hoor niets. Ik kan niets. Ik voel niets. Donker...

 

Dan, heel ver weg, een tik, binnen in me.

 

Het wordt weer licht. Geluiden komen terug. Ik voel mijn lichaam weer. De motor loopt nog steeds. Hè? Ik sta midden op de weg stil, beide voeten op de grond.

 

Later in het ziekenhuis lacht de ICD-technicus lief. Ze zegt dat ik een beschermengel heb. Dit was een bijzonder agressieve fibrillatie.

 

September 2012

Onderaan de Colle dell'Assietta, waar het asfalt ophoudt, stoppen we, Geert en ik, om wat lucht uit de banden te laten. Dat stuurt beter. Ik merk dat ik zenuwachtig ben. Mijn eerste offroad bergrit. Eerst slingert de weg door bos. Dan omhoog naar de wolken, vlak boven ons. We rijden over een zandpad met wat losse keien en haarspelden. Staan, zitten. Mijn hart bonst. Het wordt kouder. Mist. We passeren bosjes, een enkel zijpad. Steeds minder bomen zijn te zien in het grijs.

 

Opeens zijn de wolken onder ons en de hellingen leeg. Kilometers ver zicht. Volop zon, een onmetelijke ruimte!

 

De weg over de bergkam

Pal naast de weg is het gat. De diepte. Er is geen muurtje, geen vangrail, niets. Diepte. De weg over de bergrug is vervallen. Het is een pad vol gruis, losse keien, rotsen. Geert rijdt voor me. Met een knal springt het voorwiel opzij. De motor bokt, schuift van links naar rechts over de stenen. Staand op de pedalen laat ik hem gaan. Dat gaat goed.

 

Het is warm, erg warm. Ik hijg. Mijn goed plakt. Weer bonkt mijn hart. Daar komt een bocht, ik móet langzamer. Smeltwater heeft diepe voren geslepen, vol los puin. Eerst daar doorheen, dan de bocht, die kuilen, ik moet hem neerleggen --  

 

Deukjes en krassen

Samen tillen we de motor weer op. Mijn helm heb ik afgedaan, jas uit. Ik bekijk de schade. Die valt mee. Ik begrijp ook hoe ik de val had kunnen voorkomen. Nu ja, nog even bijkomen, dan door. Verder over dit fantastische pad langs de toppen.

 

Frank Dekkers (1961) is CRT-D-drager, schilder en graficus van landschappen, vader van Lis en Abe en getrouwd met Pauline IJlst.

 

Lees meer

Open archief (26 artikelen)